KNAP ACADEMIE | 3D drie decentralisaties,
KNAP ACADEMIE: Het eigentijdse opleidingsinstituut door en voor maatschappelijke en professionele vernieuwers.
KNAP, knap, academie, academy, Nederlands, Opleiding, leergang, training, publiek domein, sociaal domein, sociale vraagstukken, maatschappij, politiek, openbaar bestuur, maatschappelijk, persoonlijke ontwikkeling, effectiviteit, vaardigheden, leiderschap, innovatie, vernieuwing, sociaal bestel, middenveld, freelance trainer, verschil maken, professioneel, collectief, collectieve, senior, eigentijds, sociaal ondernemerschap, democratie, empowerment, lokaal, lokaleopleidingsinstituut, opleiding, colleges, trainingen, adviseur, coachings, publieke domein, ambtenaar, overheid, beleid
1127
page-template-default,page,page-id-1127,has-dashicons,ajax_leftright,page_not_loaded,,normal,shadow2

Henk Gossink:

‘3 Decentralisaties: wat als het lukt?

De media vullen zich vanzelf met verhalen over de rampspoed die ons na 1 januari 2015 wacht. Het lijkt wel een beetje op y2k. Het miljarden verslindende bugje dat ons in 1 klap terug zou nemen naar het jaar 1900.

Er zijn wel wat verschillen. In de eerste plaats lijken de rampscenario’s op dit moment mij iets reëler. Zo snel zo veel bezuinigingen, zoveel afspraken tegelijkertijd op de schop: Het is bijna vragen om chaos. Ook ligt er een reëel risico dat dit de grootste recentralisatie van de eeuw wordt. Gemeenten worden een uitvoeringsloket van het Rijk en het verantwoordings- en controlecircus wordt de enige grote groeier in het sociale domein.

 

Er is een tweede verschil met de y2k-bug. En dat is de winst als het lukt. Het beste dat een ‘millenniumproof’ computer had te bieden, was dat hij net zo zou functioneren als dezelfde computer op 31 december 1999.  Wat is eigenlijk de winst als het wel lukt met de drie decentralisaties? Welke idealen dragen de grootste verandering in het lokaal bestuur sinds Thorbecke? Helaas, het is bijna een open deur om te constateren dat het een beetje stil is geworden rond deze idealen. Op drie fronten kan volgens mij het lokaal bestuur een groot verschil maken:

Beter dat het werkt, dan dat het klopt

Zowel de langdurige zorg, de jeugdzorg als de uitkeringsinstanties zijn al langere tijd zo georganiseerd dat zij zo goed mogelijk aan algemeen gestelde normen proberen te voldoen. Hier geldt bij uitstek de zegswijze ‘hitting the target, but missing the point’. Doen wat klopt in het systeem, heeft het op tal van plekken gewonnen van ‘doen wat werkt’. De hoop is dat lokale besturen in staat zijn om andere type afspraken te maken met uitvoerende organisaties.

Dat betekent wel dat lokale overheden moeten ophouden met datgene te doen wat Rijk en provincie eerder deden, namelijk the ‘known unknowns’ proberen uit te sluiten. Datgene waar je geen grip op hebt, maar je wel kwetsbaar maakt, proberen dicht te regelen. Dat lijkt op meer controle, maar leidt slechts tot het vaststellen van de ‘bureaucratische vaardigheid’ van zorgverleners. Dus geen afspraken maken over doorlooptijden en dergelijke, maar het ongeregelde onder ogen zien en aanpakken als een probleem zich eventueel voordoet.

Grip houden als het pijnlijk wordt

‘Veel keuzes zijn niet ingewikkeld, maar pijnlijk. We maken het ingewikkeld, om het pijnlijke minder onder ogen te hoeven zien.’ Een uitspraak van deze strekking stond een tijd geleden in TSS, tijdschrift voor sociale vraagstukken. In deze zin zit een ideaal verscholen voor de decentralisaties.

Vaak komen mensen op een pijnlijk moment in hun leven met zorg in aanraking. Je verliest grip op datgene wat tot voor kort vanzelfsprekend leek. En, de angst om de weinige controle over de situatie ook nog eens te verliezen, is groot.

De keuzes waarvoor je vervolgens wordt gesteld, zijn lastig te overzien. Denk aan een zoon die voor zijn moeder wil zorgen, maar niet goed weet hoe lang hij dat volhoudt. Als hij een besluit neemt, dan is dat vanaf dat moment de status quo. ‘Zie dat maar weer veranderd te krijgen’. Hoe kunnen we de zoon voor een keuze stellen, die hij wel kan overzien? Kunnen we het zo organiseren dat we naar de situatie blijven kijken en bijspringen waar nodig?

Het ideaal is hier niet dat zorgsituaties minder ‘pijnlijk’ worden, maar wel dat in deze pijnlijke omstandigheden keuzes minder worden gecompliceerd.

‘It takes a village to raise a child’

Het laatste ideaal lijkt een beetje in tegenspraak met het verlangen het minder ingewikkeld te maken. Toch zijn sociale vraagstukken vaak complex van aard. Er komt een heel leefsysteem (zoals de village) bij kijken om verbetering te realiseren en vol te houden. De kracht van zo’n leefsysteem wordt nog wel eens ‘eigen kracht’ genoemd. Die term is misleidend. Natuurlijk hebben mensen een bepaalde kracht, ook wanneer ze kwetsbaar zijn. De aandacht zou echter niet gericht moeten zijn op die ‘eigen’ kracht, maar op het systeem waarbinnen die kracht tot zijn recht kan komen. Veel lokale idealen hebben betrekking op het opbouwen van  zo’n village, zo spreekt men in Amsterdam spreekt de gemeente van de ‘dragende samenleving’.

Het lastige van dit laatste ideaal is wat zij nou betekent voor de rol van de lokale overheid. Immers, hoe lokaal ook: de gemeente blijft een overheid en overheden bouwen geen samenlevingen, ook geen dragende. Het kan helpen de vraag wat meer behapbaar te maken: welke overheidsgewoonten frustreren op dit moment het ontstaan van de gewenste leefsystemen en welke gemeentelijke gewoonten zijn gezond voor een dragende samenleving? Een voorbeeld van een frustrerende gewoonte is ‘karretje spannen’, bewoners mobiliseren voor overheidsdoelen. Een voorbeeld van een gezonde gewoonte is beginnen met wat er al is en dat waarderen.

Dus, wat als het lukt?

Als het lukt dan wordt het sociale domein praktischer voor direct betrokkenen, wordt het lokale werk de kunst om er bij te blijven en begint het denken en handelen steeds bij het leefsysteem van de jongere, de oudere en de werkzoekende in kwestie. Samen genomen lijken deze drie verschillen mij van grote publieke waarde.

Dat vraagt wel om het steeds opnieuw centraal stellen van de idealen en de kansen. Om met Karl Popper te spreken: we hebben een morele plicht tot optimisme. Daar is alle reden toe. De millenniumbug heeft immers al laten zien wat het oplevert als vermeende risico’s het hoofdpodium krijgen.

Contact: henk@knapacademie.nl

 

background