KNAP ACADEMIE | Wat maakt een college succesvol?
KNAP ACADEMIE: Het eigentijdse opleidingsinstituut door en voor maatschappelijke en professionele vernieuwers.
KNAP, knap, academie, academy, Nederlands, Opleiding, leergang, training, publiek domein, sociaal domein, sociale vraagstukken, maatschappij, politiek, openbaar bestuur, maatschappelijk, persoonlijke ontwikkeling, effectiviteit, vaardigheden, leiderschap, innovatie, vernieuwing, sociaal bestel, middenveld, freelance trainer, verschil maken, professioneel, collectief, collectieve, senior, eigentijds, sociaal ondernemerschap, democratie, empowerment, lokaal, lokaleopleidingsinstituut, opleiding, colleges, trainingen, adviseur, coachings, publieke domein, ambtenaar, overheid, beleid
977
page-template-default,page,page-id-977,has-dashicons,ajax_leftright,page_not_loaded,,normal,shadow2

slider_021

De afgelopen jaren heb ik tientallen colleges mogen begeleiden. Daarnaast leid ik tal van wethouders op voor wie het college een hele belangrijke plek is. Meer dan eens komt in die begeleiding de vraag naar voren wat een college nu tot een succes maakt.

Op basis van mijn eigen ervaringen en wat aanvullende literatuur (onder andere het fraaie proefschrift van Milo Schoenmaker over ‘bestuurlijk gedonder’) kom ik tot vier sleutelfactoren.

 

Een verbindende ambitie (waar ontspannen mee wordt omgegaan): als het collegeprogramma niet veel meer is dan een boodschappenlijst gaat na ruim twee jaar de pit uit het college. De gedachte dat ‘het werk erop zit’ is politiek misschien begrijpelijk, maar houdt maatschappelijk geen stand. Een succesvol college maakt juist in haar gezamenlijke maatschappelijke manifestatie het verschil. Daarin is de tweede helft van de bestuurlijke periode even belangrijk als de eerste helft. Een verbindende ambitie, die bijdraagt aan focus, enige voorspelbaarheid (‘dit past bij de ambitie van dit college, dit niet’) en een sense of urgency is heel belangrijk. Tegelijkertijd zie je colleges die hun ambitie ‘te dicht aan de borst’ dragen, zich sluiten voor nieuwe ontwikkelingen. Dat leidt niet zelden tot botsingen met de Raad en een polarisatie tussen coalitie en oppositie. Minstens zo belangrijk als het hebben van een verbindende ambitie (ipv een boodschappenlijst) is een ontspannen omgang met die ambitie.

 

Een cultuur van verdiend gunnen: In een college waar de hardste oppositiepartij moest gaan samenwerken met de ‘zittende macht’ benadrukte de burgemeester keer op keer hoe belangrijk de ‘gunfactor’ voor het college is. De weddenschappen dat het college voor de kerst zou sneuvelen werden door de pessimisten verloren. Het college zat de rit uit en bereikte belangrijke resultaten voor de stad. Gunnen is een complex proces. Het is iets heel anders dan weggeven. Wie een andere partij bestuurlijk iets gunt, moet het kunnen uitleggen aan zijn eigen achterban. Daarom is een cultuur van ‘verdiend gunnen’ zo belangrijk. Dat wil zeggen dat in het college de discussies op het scherpst van de snede worden gevoerd, zodat uiteindelijk iedereen het besluit daadwerkelijk kan dragen. Gunnen betekent dat je eerst kritisch bent om vervolgens constructief te kunnen zijn. Het is dus geen ‘mantel der liefde’, maar welbegrepen politiek bestuurlijk belang.

 

Rugdekking: er zijn hoofdpijndossiers die niemand graag heeft. Landelijke voorbeelden zijn de Fyra en de toeslagen. Lokaal zagen we afgelopen jaren grondexploitaties, bijna alle bouwprojecten en kwakkelende culturele instellingen. Kenmerkend voor deze dossiers is dat de tegenvallers zich ‘druppelgewijs’ aandienen. Dit leidt tot een forse erosie van de geloofwaardigheid van de bestuurder. Niet zelden trof ik kersverse bestuurders aan die met verbijstering het pakje openden dat de ervaren rotten voor hem hadden bewaard. Op zo’n moment is het van groot belang dat voor de betreffende bestuurder ruimhartig rugdekking wordt geregeld. Wat heeft die bestuurder nodig om het dossier tot een goed einde te brengen? Hoe werkt op zulke dossiers ‘collegiaal bestuur’? Als de rugdekking voor zo’n bestuurder goed wordt geregeld, is de kans groter dat het college als geheel het dossier tot een goed einde brengt.

 

Ontvankelijkheid organiseren: je ziet het nog wel eens bij colleges die ‘een ronde’ doorgaan. De geoliede samenwerking zingt los van de ontwikkelingen in de stad. Kritische geluiden worden razendsnel geduid en buiten de bestuurlijke orde geplaatst. Een succesvol college is in staat blijvend aan te sluiten op de maatschappelijke veranderingen. Dat gaat niet vanzelf. Vanzelf ontstaat een cultuur van zelfbevestiging. Dat betekent dus dat ontvankelijkheid georganiseerd moet worden. Dat begint bij onderlinge openheid (zie ‘verdiend gunnen’), maar vraagt ook om vaste bestuurlijke gewoonten, zoals regelmatige gesprekken met opposanten, lokale journalisten en belanghebbenden bij bestuurlijke vraagstukken. Als dat een gewoonte wordt, sta je als college niet voor de verrassing dat je ergens de boot hebt gemist.

 

Gestopt door een open deur?

Er zullen weinig lokale bestuurders zijn voor wie deze sleutels voor succes vreemd zijn. Tegelijkertijd zijn er weinig colleges die echt structureel aan deze vier sleutels werken. Het lijkt wel of zij worden tegengehouden door een open deur. De sleutel ligt zo voor de hand dat we vergeten hem op te pakken. Met alles wat er op de gemeenten afkomt, wordt de komende periode cruciaal voor het lokaal bestuur. Dan is het goed de basis stevig te leggen.

background